Statuten Stichting Erasmus Trustfonds
Doorlopende tekst van de statuten van Stichting Erasmus Trustfonds (SET) de dato 12 mei 2017.
Doorlopende tekst van de statuten van Stichting Erasmus Trustfonds (SET) de dato 12 mei 2017.
Statuten.
Considerans.
HOOFDSTUK I. DEFINITIES.
Artikel 1. Definities.
1.1. In deze statuten wordt verstaan onder:
a. het “bestuur”: het bestuur van de stichting;
b. de “EUR”; de Erasmus Universiteit Rotterdam;
c. de “jaarrekening”: de balans en een staat van baten en lasten van de stichting over het boekjaar;
d. “schriftelijk”: bij brief of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld;
e. “stichting”: Stichting Erasmus Trustfonds (SET), waarvan de statuten bij de onderhavige akte worden gewijzigd en opnieuw vastgesteld;
f. “vereniging”: de Vereniging Erasmus Trustfonds (VET), statutair gevestigd te Rotterdam, ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 67027881.
1.2. Verwijzingen naar artikelen verwijzen naar artikelen van deze statuten, tenzij het tegendeel blijkt.
1.3. Voor zover de duidelijke bedoeling van deze statuten zulks met zich meebrengt, wordt een mannelijk woord geacht mede het vrouwelijk equivalent en een in het enkelvoud vermeld woord mede het meervoud daarvan aan te duiden.
HOOFDSTUK II. NAAM, ZETEL EN DOEL.
Artikel 1. Naam.
De stichting draagt de statutaire naam: Stichting Erasmus Trustfonds {SET).
Artikel 2. Zetel.
De stichting heeft haar zetel in de gemeente Rotterdam.
Artikel 3. Doel.
3.1. De stichting heeft ten doel het bevorderen van de groei en bloei van de EUR.
3.2. De stichting tracht dit doel te bereiken door het aantrekken, verwerven, beheren en beleggen van gelden en vermogens welke als subsidie, garantie, lening of anderszins risicodragend worden verstrekt aan of ten behoeve van onder meer:
a. wetenschappelijk onderzoek en onderwijs aan de EUR en aan haar gelieerde instellingen, instituten en bijzondere leerstoelen;
b. voorzieningen, bibliotheken en wetenschappelijke verzamelingen van de EUR;
c. de ontwikkeling en ontsluiting van software op het terrein van de informatietechnologie ten behoeve van het onderzoek en onderwijs aan de EUR;
d. de financiering van specifieke activiteiten en projecten van de EUR en de met haar verbonden instellingen;
e. de financiering van specifieke activiteiten en projecten die bijdragen aan het doel van de stichting;
f. voorzieningen voor studenten en van (studenten)organisaties die zijn verbonden aan of zich inzetten voor de EUR;
g. studenten, alumni, promovendi en al diegenen die op enigerlei wijze als hoogleraar, medewerk(st)er of anderszins aan de EUR zijn verbonden, waaronder het verstrekken van beurzen, voorschotten en stipendia en de bekostiging van studiereizen, studie en onderwijs aan in het buitenland gevestigde universiteiten en daaraan gelieerde instellingen, het vorenstaande in de ruimste zin des woords en voorts alle overige middelen welke dienstig zijn voor het bereiken van het doel van de stichting.
3.3. De stichting kan in overeenstemming met de statuten van een andere rechtspersoon, die daarom verzoekt en waarvan het doel mede strekt tot bevordering van het in lid 1 omschreven doel van de stichting, het bestuur van zodanige rechtspersoon of het beheer van de geldmiddelen daarvan op zich nemen.
3.4. Het staat de stichting vrij ook andere fondsen op naam te creëren.
3.5. De stichting zal zich inspannen voor een nauwe samenwerking met en een ondersteuning – ook in financieel opzicht – van de vereniging.
3.6. De stichting onderschrijft de gedragscodes die bij haar taken passen. De stichting meldt in haar jaarverslag welke gedragscodes zij toepast en verantwoordt zich over de naleving van die codes of legt gemotiveerd uit op welke punten zij dat niet doet.
HOOFDSTUK III. VERMOGEN.
Artikel 4. Vermogen.
4.1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
a. subsidies en donaties;
b. schenkingen, giften, erfstellingen en legaten;
c. sponsorgelden;
d. alle andere wettige inkomsten.
De stichting kan erfstellingen niet anders aanvaarden dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
4.2. De stichting beoogt niet het maken van winst.
4.3. De stichting spant zich ervoor in het haar beschikbare vermogen te laten groeien, dit verantwoord te beheren en beleggen en het effectief en maatschappelijk verantwoord te besteden.
4.4. Het in de considerans sub 2 bedoelde vermogen dat oorspronkelijk afkomstig is van het R. Mees & Zoenen Fonds 1920, dient door de stichting in haar boeken en jaarrekening te allen tijde apart te worden geadministreerd onder de naam: R. Mees & Zoenen Fonds 1920.
HOOFDSTUK IV. BESTUUR.
Artikel 5. Bestuur. Samenstelling. Benoeming.
5.1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf (5) en ten hoogste zeven (7) bestuursleden. De raad van toezicht stelt, met inachtneming van het bepaalde in de vorige zin, het aantal bestuursleden vast. Alleen natuurlijke personen kunnen bestuurslid zijn.
5.2. Het bestuur zal steeds voldoende divers en evenwichtig zijn samengesteld, zowel wat betreft de achtergrond, onafhankelijkheid en ervaring van haar leden als in overige opzichten, zoals naar gender en leeftijd. Bij de samenstelling van het bestuur worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de deskundigheid en ervaring inzake onderwerpen, die gelet op het doel en middelen van de stichting de aandacht van het bestuur vragen.
5.3. De bestuursleden worden benoemd door de raad van toezicht voor een periode van drie (3) jaar, met inachtneming van het bepaalde in leden 2 en 5.
5.4. Bestuurslid kunnen in elk geval niet zijn personen die nauwe familie- of vergelijkbare relaties hebben met andere bestuursleden en/of de leden van de raad van toezicht.
5.5. De voorzitter, vicevoorzitter, secretaris en penningmeester worden door de raad van toezicht in functie benoemd. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
5.6. Aan bestuursleden kunnen de door hen als zodanig gemaakte kosten worden vergoed. Zij ontvangen geen honorering voor hun werkzaamheden.
5.7. Elk bestuurslid dient elke relevante (neven)functie te melden aan de raad van toezicht. Voor het aanvaarden of continueren van een betaalde of onbetaalde relevante (nevenfunctie) die onverenigbaar kan zijn met de belangen van de organisatie, behoeft het bestuurslid de goedkeuring van de raad van toezicht. Het lidmaatschap van het bestuur van de vereniging wordt niet onverenigbaar geacht met dat van de stichting.
Artikel 6. Bestuur. Einde bestuurslidmaatschap. Periodiek aftreden. Schorsing.
6.1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de raad van toezicht worden ontslagen of geschorst. Een schorsing van een bestuurslid die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
6.2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie (3) jaar na zijn benoeming periodiek af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. De aftredende is slechts tweemaal herbenoembaar. Vanwege zwaarwegende redenen, waaronder het borgen van de continuïteit, is het toelaatbaar dat een termijn tijdelijk wordt verlengd.
6.3. Indien het aantal bestuursleden beneden het vastgestelde aantal is gedaald, vormen de overgebleven bestuursleden of het enig overgebleven bestuurslid een bevoegd college. In vacatures zal zo spoedig mogelijk moeten worden voorzien.
6.4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door:
a. bedanken;
b. overlijden;
c. ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;
d. toetreding tot de raad van toezicht.
Artikel 7. Bestuur. Besluitvorming van het bestuur.
7.1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo dikwijls de voorzitter van het bestuur of ten minste twee van de overige bestuursleden, dan wel de voorzitter van de raad van toezicht een bestuursvergadering bijeenroepen, doch ten minste viermaal per jaar.
7.2. De bijeenroeping van een bestuursvergadering geschiedt door of namens de voorzitter van het bestuur of ten minste twee van de overige bestuursleden of de voorzitter van de raad van toezicht, en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven dagen. Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven dagen, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits de vergadering voltallig is en geen van de bestuursleden zich tegen besluitvorming verzet.
7.3. Bestuursvergaderingen worden in Nederland gehouden ter plaatse te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
7.4. Het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam kan uitgenodigd worden de vergaderingen van het bestuur te doen bijwonen door één zijner leden; dit lid heeft in die vergaderingen een raadgevende stem.
7.5. Indien het bestuur speciaal prijs stelt op aanwezigheid in de vergadering van de rector magnificus kan hij (ook) uitgenodigd worden. In de vergadering heeft hij een raadgevende stem.
7.6. Toegang tot de vergaderingen hebben de bestuursleden, degene als bedoeld in lid 4 en 5, alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige bestuursleden worden toegelaten. Een bestuurslid kan zich door een schriftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medebestuurslid ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan ten hoogste één medebestuurslid ter vergadering vertegenwoordigen.
7.7. leder bestuurslid heeft één stem. Alle besluiten waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen, ongeldige stemmen en stemonthoudingen gelden als niet uitgebracht. Staken de stemmen bij verkiezing van personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen.
7.8. Alle stemmingen geschieden mondeling. Echter, de voorzitter van het bestuur kan bepalen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Indien het betreft een verkiezing van personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde verlangen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes.
7.9. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid worden de vergaderingen geleid door de vicevoorzitter van het bestuur. Indien ook de vicevoorzitter afwezig is voorziet de vergadering zelf in haar leiding. Tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door het langstzittende (en indien meerdere bestuursleden hiervoor in aanmerking komen omdat zij tegelijkertijd tot het bestuur zijn toegetreden, het van hen in leeftijd oudste) ter vergadering aanwezige bestuurslid.
7.10. Van het verhandelde in de vergadering worden door een daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgemaakt, welke in dezelfde of de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend.
7.11. Besluiten van het bestuur kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde bestuursleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen wordt door de voorzitter van het bestuur of een door hem aangewezen bestuurslid een verslag opgemaakt dat door de voorzitter, alsmede één van de overige bestuursleden wordt ondertekend. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde bestuursleden.
Artikel 8. Bestuur. Bestuurstaak. Vertegenwoordiging.
8.1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met
het besturen van de stichting.
8.2. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. Op het ontbreken van vorenbedoelde goedkeuring van de raad van toezicht kan tegen derden beroep worden gedaan.
8.3. In een bestuursreglement wordt vastgelegd hoe de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn verdeeld en hoe het bestuur als collectief werkt. Dit reglement behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht.
Dit reglement bevat ook een regeling voor de wijze waarop conflicten met de vereniging worden opgelost, waarbij in elk geval mediation wordt ingezet bij geschillen.
8.4. Voorts behoeft het bestuur goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten tot:
a. de vaststelling en wijziging van opgestelde (strategische) beleidsplannen voor enig jaar of reeks van jaren;
b. de vaststelling en wijziging (ook in de loop van het jaar) van de begroting(en);
c. de vaststelling van de jaarrekening met de bijbehorende toelichting;
d. statutenwijziging of ontbinding van de stichting of het aanvragen van het faillissement of surseance van betaling van de stichting;
e. beleidsregels inzake de fondsenwerving en het beleggen en beheer van het vermogen van de stichting;
f. het beleid inzake de verstrekking van financiële steun en de toekenning van subsidies, de wijze waarop door de stichting verstrekte financiële steun en subsidies wordt bewaakt en gemonitord, en de beëindiging van meerjarige financiële steun en subsidies;
g. het aangaan van een duurzame samenwerking en/of fusie met en/of overname van andere instellingen;
h. het instellen van commissies overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, alsmede de vaststelling van een reglement voor de betreffende commissie;
i. de benoeming van de directeur van de organisatie van de stichting, tevens “ambtelijk” secretaris;
j. de mandatering van bepaalde bestuurstaken en het verlenen van vertegenwoordigingsbevoegdheid (procuratie) aan de directeur van de stichting;
k. en waarvan de raad van toezicht heeft bepaald dat deze aan zijn goedkeuring dienen te worden onderworpen, mits deze besluiten duidelijk zijn omschreven en schriftelijk aan het bestuur zijn meegedeeld.
Het ontbreken van goedkeuring van de raad van toezicht voor een besluit als bedoeld in dit lid 4 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of bestuurders niet aan.
8.5. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden wordt de stichting vertegenwoordigd door:
a. hetzij het bestuur;
b. hetzij twee gezamenlijk handelende bestuursleden, onder wie in ieder geval de voorzitter, de vicevoorzitter, de secretaris of de penningmeester.
8.6. In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuursleden, kan de stichting slechts worden vertegenwoordigd door de bestuursleden ten aanzien van wie geen tegenstrijdig belang bestaat, met dien verstande dat degenen ten aanzien van wie het tegenstrijdig belang met de stichting bestaat, niet bevoegd zijn of gemachtigd kunnen worden namens de stichting de desbetreffende handelingen te verrichten.
8.7. Onder tegenstrijdig belang of een verstrengeling van belangen wordt onder meer verstaan het verrichten van op geld waardeerbare rechtshandelingen tussen de stichting en:
a. bestuursleden en/of medewerkers van de stichting;
b. personen die een nauwe familie- of vergelijkbare relatie hebben met de sub a genoemde personen;
c. rechtspersonen waarvan de sub a en b genoemde personen bestuurslid, lid van het toezichthoudend orgaan of aandeelhouder zijn.
HOOFDSTUK V. RAAD VAN TOEZICHT.
Artikel 9. Raad van toezicht. Benoeming en defungeren.
9.1. De stichting heeft een raad van toezicht bestaande uit ten minste vijf (5) en ten hoogste zeven (7) natuurlijke personen, die deskundig zijn ten aanzien van en affiniteit hebben met het doel, de werkzaamheden en de organisatie van de stichting.
9.2. De raad van toezicht stelt, met inachtneming van het bepaalde in lid 1, het aantal leden van de raad vast. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden.
9.3. Lid van de raad van toezicht kunnen in elk geval niet zijn personen die nauwe familie- of vergelijkbare relaties hebben met andere leden van de raad van toezicht en/of bestuursleden.
9.4. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan.
9.5. Bij de samenstelling van de raad van toezicht worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de deskundigheid inzake onderwerpen, die gelet op het doel en middelen van de stichting de aandacht van de raad van toezicht vragen. Tevens wordt aandacht gegeven aan diversiteit, onafhankelijkheid, ervaring en een evenwichtige samenstelling van de Raad van Toezicht. Een en ander krijgt zijn weerslag in het op gezette tijden vaststellen door de raad van toezicht van een profiel van de meest gewenste samenstelling van de raad van toezicht. Dit profiel wordt ter kennisneming aan de vereniging gezonden, op de website van de stichting geplaatst en in de toelichting bij de door het bestuur opgemaakte jaarrekening opgenomen.
9.6. De leden van de raad van toezicht worden benoemd en ontslagen door de raad van toezicht. Twee leden van de raad van toezicht worden benoemd op bindende voordracht van de vereniging, tenzij deze van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik heeft gemaakt. De vereniging houdt bij het opstellen van een bindende voordracht rekening met het hiervoor in lid 5 van dit artikel bedoelde profiel.
9.7. Een besluit tot benoeming wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Een besluit tot ontslag kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering van de raad van toezicht waarin alle leden, met uitzondering van het lid wiens ontslag aan de orde is, aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
9.8. Elke lid van de raad van toezicht treedt uiterlijk drie (3) jaar na zijn benoeming periodiek af, volgens een door de raad van toezicht op te maken rooster van aftreding. De aftredende is slechts tweemaal herbenoembaar. Vanwege zwaarwegende redenen, waaronder het borgen van de continuïteit, is het toelaatbaar dat een termijn tijdelijk wordt verlengd.
9.9. Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt voorts door bedanken
en door overlijden.
9.10. Aan leden van de raad van toezicht kunnen de door hen als zodanig gemaakte kosten worden vergoed. Zij ontvangen géén honorering voor hun werkzaamheden.
9.11. Elk lid van de raad van toezicht dient elke relevante (neven)functie te melden aan de overige leden van de raad van toezicht. Voor het aanvaarden of continueren van een betaalde of onbetaalde relevante (neven)functie die strijdig kan zijn met de belangen van de organisatie, behoeft het lid van de raad van toezicht de goedkeuring van de raad van toezicht.
Artikel 10. Raad van toezicht. Toezicht en bevoegdheden.
10.1. De raad van toezicht heeft tot taak, het beleid van de stichting vast te stellen en toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting.
10.2. De raad van toezicht staat het bestuur met raad ter zijde. Het bestuur stelt de raad van toezicht in de gelegenheid om zijn toezichthoudende taak naar behoren uit te oefenen. Daartoe informeert het bestuur de raad van toezicht proactief over de (financiële) gang van zaken in en de activiteiten van de stichting voorts over aangelegenheden waarover de raad van toezicht geïnformeerd wil worden. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen in alle boeken en bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting.
10.3. De raad van toezicht kan zich in de uitoefening van haar taak voor
rekening van de stichting doen bijstaan door deskundigen.
Artikel 11. Raad van toezicht. Besluitvorming.
11.1. Het bepaalde in artikel 7 is ten aanzien van vergaderingen van de raad van toezicht van overeenkomstige toepassing.
11.2. Vergaderingen van de raad van toezicht worden bijgewoond door het bestuur en de ambtelijk secretaris van de stichting, tenzij de raad besluit zonder het bestuur en/of de ambtelijk secretaris te willen vergaderen.
HOOFDSTUK VI. VRIJWARING EN SCHADELOOSSTELLING.
Artikel 12. Vrijwaring en schadeloosstelling.
Een persoon die, vanwege het feit dat hij lid van de raad van toezicht, bestuurder of gevolmachtigde van de stichting is of was, als partij betrokken was of is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van civielrechtelijke, strafrechtelijke of administratiefrechtelijke aard kan door de stichting schadeloos worden gesteld voor alle kosten
(advocatenhonoraria inbegrepen), uitspraken, boetes en ter schikking betaalde bedragen, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, één en ander zoals nader te regelen in een reglement dat de goedkeuring van de raad van toezicht behoeft.
HOOFDSTUK VII. JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING.
Artikel 13. Boekjaar, jaarstukken.
13.1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
13.2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening van de stichting met een toelichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen. Deze stukken behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht en worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan de raad van toezicht van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij bovengenoemde verplichtingen nakomen. Ter gelegenheid van de goedkeuring door de raad van toezicht van de door het bestuur opgemaakte jaarrekening, zal de raad van toezicht tevens een expliciet besluit omtrent het verlenen van decharge aan het bestuur nemen.
13.3. De raad van toezicht of, zo deze ontbreekt of dit nalaat, het bestuur, verleent aan een registeraccountant tijdig opdracht tot onderzoek van de door het bestuur opgemaakte jaarrekening met de bijbehorende toelichting en tot het afleggen van een verklaring daaromtrent. De opdracht kan worden verleend aan een organisatie waarin (register)accountants samenwerken.
De registeraccountant brengt van zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en aan het bestuur.
13.4. Het bestuur is verplicht de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren, onverminderd het hierna in lid 5 bepaalde.
13.5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
13.6. De jaarrekening van de stichting dient met de bijbehorende toelichting binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op de website van de stichting te worden geplaatst.
13.7. Het bestuur is verplicht jaarlijks de algemene ledenvergadering van de vereniging te informeren over de jaarrekening met de bijbehorende toelichting en verslag te doen van de activiteiten van de stichting in het verstreken boekjaar.
HOOFDSTUK VIII. COMMISSIES EN RECHT VAN ENQUETE.
Artikel 14. Commissies.
14.1. De stichting kent ten minste drie vaste adviescommissies: één op het terrein van fondsenwerving, één op het terrein van belegging en beheer van het vermogen van de stichting en één zogenaamde “scientific & disbursement” adviescommissie. Daarnaast is het bestuur bevoegd andere adviescommissies in te stellen. Voor taken en werkwijze van een adviescommissie stelt het bestuur een reglement vast.
14.2. Een reglement als bedoeld in lid 1, regelt in ieder geval de werkzaamheden van de betreffende commissie, de wijze van benoeming en defungeren van de leden van de commissie en de rapportage aan het bestuur. Een reglement mag geen bepalingen bevatten die afbreuk doen aan de eigen verantwoordelijkheid en de beslissingsbevoegdheid van het bestuur op de in het eerste lid genoemde terreinen.
14.3. Het bestuur kan besluiten tot opheffing van een door haar ingestelde commissie en tot wijziging van het voor de desbetreffende commissie door het bestuur vastgestelde reglement.
Artikel 15. Recht van enquête.
15.1. Zo lang het door de stichting beheerde vermogen niet meer dan veertig miljoen euro (EUR 40.000.000,00) bedraagt is de vereniging bevoegd tot het indienen van een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de stichting als bedoeld in artikel 2:345 van het Burgerlijk Wetboek.
15.2. Tot het doen van een verzoek als in lid 1 bedoeld is het bestuur van de vereniging bevoegd, mits hiertoe is besloten door de algemene vergadering overeenkomstig het daartoe bepaalde in de statuten van de vereniging.
HOOFDSTUK IX. STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING.
Artikel 16. Statutenwijziging.
16.1. Het bestuur is, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Zijn niet alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt na verloop van twee weken doch binnen vier weken daarna een tweede vergadering gehouden, waarin over het voorstel, zoals dit in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
16.2. ln het geval dat de wijziging van de statuten een wijziging van een uit deze statuten voortvloeiende bevoegdheid van de vereniging, dan wel een wijziging van de doelstellingen betreft, is het bestuur slechts na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging bevoegd deze statuten te wijzigen.
16.3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
Artikel 17. Ontbinding en vereffening.
17.1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in de artikelen 16.1 en 16.2 van toepassing.
17.2. Vereffening geschiedt door het bestuur onder toezicht van de raad van toezicht.
17.3. Het batig saldo na vereffening wordt afgedragen aan een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling.
17.4. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon of instantie.
17.5. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Artikel 18. Slotbepaling.
In alle gevallen, waarin noch de wet, noch deze statuten, noch de reglementen van de stichting voorzien, beslist het bestuur in overleg met de raad van toezicht.
Wilt u meer weten over het Erasmus Trustfonds of bespreken hoe u zelf kunt bijdragen? Wij gaan graag met u in gesprek over een donatie of nalatenschap. Als u uw gegevens achterlaat, nemen wij contact op om een afspraak in te plannen. U kunt ook zelf contact met ons opnemen via 010-4110596 of secretariaat@trustfonds.nl